The 250 Most Common Dutch Adjectives

Ranked by real-world frequency and an example sentence. Study all of them free with spaced repetition.

This is a reference list of the most common Dutch adjectives, ranked by how often they turn up in everyday Dutch. Each entry gives the English translation and an example sentence, so you can see the word doing its job in context rather than sitting alone on a flashcard.

It's aimed at learners from A2 to C1 who already know some grammar and want to close the gaps in their core vocabulary. Skim it to spot the words you don't yet produce on demand, then drill those actively — on Vocab Voyage you type the Dutch word for an English prompt, which forces you to recall the spelling instead of merely recognising it.

Learn These Dutch Adjectives Free

Free forever · No card · No password

More Dutch lists: Words Nouns Verbs Adverbs About learning Dutch

The 250 Most Common Dutch Adjectives: the list

# Dutch English Example
1 goed good Dit is een goed idee.
2 veel many Er zijn veel redenen om gelukkig te zijn.
3 gewoon ordinary Het is gewoon om af en toe een pauze te nemen.
4 nodig necessary Ik heb wat hulp nodig met deze taak.
5 groot big Dat is een groot probleem dat we moeten oplossen.
6 zeker certain Zij is zeker de beste in de klas.
7 lang long De weg is lang en kronkelig.
8 mooi beautiful Het uitzicht is echt mooi hier.
9 beter better Ik voel me beter na een goede nachtrust.
10 andere other Ik heb een andere idee voor het project.
11 leuk nice Dat was een leuk feestje gisteravond.
12 nieuw new Ik heb een nieuw boek gekocht.
13 natuurlijk natural Dat is natuurlijk een goede keuze.
14 heel whole Het is heel belangrijk om te luisteren.
15 klaar ready Hij is klaar met zijn huiswerk.
16 snel fast Hij rijdt snel naar school.
17 alle all Ik heb alle boeken gelezen.
18 klein small De kat is klein maar schattig.
19 geweldig great Dat was een geweldig concert!
20 gek crazy Dat idee is echt gek, ik begrijp het niet.
21 enig only Hij is de enig die ik ken.
22 laatste last Dit is mijn laatste kans om te winnen.
23 slecht bad Het weer is vandaag slecht en somber.
24 bang afraid Ze is bang voor het donker.
25 beste best Dit is mijn beste vriend.
26 gelijk equal Jij hebt gelijk in wat je zegt.
27 juist correct Dat is de juist beslissing.
28 eigen own Ik heb mijn eigen ideeën.
29 rustig calm Hij is altijd zo rustig en kalm.
30 vroeg early Hij staat altijd vroeg op.
31 belangrijk important Het is belangrijk om goed te luisteren.
32 blij happy Zij is blij met haar nieuwe fiets.
33 open open De deur is open, kom binnen.
34 volgende next De volgende les begint om negen uur.
35 moeilijk difficult Dit probleem is echt moeilijk om op te lossen.
36 oude old Dat is een oude boek uit de bibliotheek.
37 vrij free Ik ben vrij om te gaan waar ik wil.
38 prima great Het gaat prima met mij, dank je!
39 heet hot Het is vandaag erg heet, dus ik ga zwemmen.
40 lekker tasty Dit eten is echt lekker en gezond.
41 veilig safe Het is veilig om hier te wandelen in de dag.
42 fijn fine Het is fijn om met vrienden te zijn.
43 gelukkig happy Hij voelt zich gelukkig met zijn nieuwe baan.
44 mogelijk possible Het is mogelijk dat het morgen gaat regenen.
45 vol full De tas is vol met boeken en spullen.
46 echte real Dit is een echte diamant, geen nep.
47 fout wrong Dat is een fout antwoord op de vraag.
48 verkeerd wrong Je hebt de verkeerd straat genomen.
49 druk busy Het is druk in de stad vandaag.
50 hoog high De toren is heel hoog.
51 duidelijk clear Het is duidelijk dat hij gelijk heeft.
52 vreemd strange Dat is een vreemd idee, ik begrijp het niet.
53 eerlijk honest Hij is altijd eerlijk over zijn gevoelens.
54 bezig busy Ze is bezig met haar huiswerk.
55 arm poor Hij is arm maar gelukkig.
56 jong young Hij is nog jong en vol energie.
57 oud old Dat gebouw is heel oud en historisch.
58 rood red De appel is mooi en rood.
59 lief dear Hij is een lief persoon die altijd helpt.
60 los loose De hond is los en kan vrij rondlopen.
61 rond round De bal is rond en rolt gemakkelijk.
62 ander other Ik heb een ander idee voor het project.
63 hard hard Hij werkt hard om zijn doelen te bereiken.
64 wakker awake Ik ben wakker geworden na een lange nacht.
65 aardig nice Hij is altijd aardig tegen iedereen.
66 sterk strong Hij is een sterk man die veel kan tillen.
67 prachtig beautiful Het uitzicht vanaf de berg is prachtig.
68 dicht close De deur is dicht en kan niet open.
69 stom stupid Dat was een stom idee om te doen.
70 perfect perfect Dit is de perfect gelegenheid om te beginnen.
71 normaal normal Het is normaal om af en toe te ontspannen.
72 slim smart Dat was een slim idee om te sparen.
73 welkom welcome Je bent welkom in ons huis.
74 kwaad angry Hij was kwaad omdat hij niet werd uitgenodigd.
75 makkelijk easy Dit probleem is makkelijk op te lossen.
76 stil quiet Het is stil in de bibliotheek.
77 zwart black De kat is zwart en loopt snel door de tuin.
78 half half Ik heb een half uur gewacht op de bus.
79 raar strange Het is raar dat hij zo vroeg naar huis gaat.
80 ziek sick Hij voelt zich ziek en kan niet naar school.
81 grappig funny Dat verhaal was echt grappig en maakte me aan het lachen.
82 minder less Ik heb minder tijd om te studeren deze week.
83 enkel single Ze draagt een enkel paar schoenen naar het feest.
84 ok ok Het is ok als je niet mee wilt gaan.
85 verloren lost Hij voelde zich verloren zonder zijn vrienden.
86 vorig previous In het vorig jaar hebben we veel gereisd.
87 zwaar heavy De doos is te zwaar voor mij om te tillen.
88 kwijt lost Ik ben mijn sleutels kwijt, kan je helpen zoeken?
89 serieus serious Hij is altijd serieus als het om werk gaat.
90 voorzichtig careful We moeten voorzichtig zijn met het vuur.
91 bekend known Hij is een bekend schrijver in Nederland.
92 getrouwd married Zij zijn al tien jaar getrouwd.
93 speciaal special Dit cadeau is heel speciaal voor mijn verjaardag.
94 dom dumb Dat was een dom idee om te doen.
95 enkele some Ik heb enkele boeken gelezen deze maand.
96 persoonlijk personal Dit is mijn persoonlijk mening over het onderwerp.
97 gevaarlijk dangerous Het is gevaarlijk om zonder helm te fietsen.
98 waard worth Dit schilderij is veel waard dan ik dacht.
99 veranderd changed Het weer is veranderd sinds gisteren.
100 fantastisch fantastic Het concert was fantastisch en iedereen genoot.
101 trots proud Ze is trots op haar prestaties.
102 kort short De film was kort, maar erg leuk.
103 rijk rich Ze komt uit een rijk familie.
104 erger worse Dit probleem is erger dan ik dacht.
105 weinig few Er is weinig tijd om te studeren voor het examen.
106 diep deep Het water is diep genoeg om te zwemmen.
107 vreselijk terrible Het weer is vreselijk vandaag, het regent de hele tijd.
108 enorm enormous De olifant is enorm en zwaar.
109 afgelopen last De film was afgelopen en ik vond het leuk.
110 absoluut absolute Dit is absoluut de beste pizza die ik ooit heb gegeten.
111 wit white De muur is wit geschilderd.
112 schuldig guilty Hij voelde zich schuldig na de ruzie.
113 volledig complete Het project is nu volledig afgerond.
114 interessant interesting Dat boek is echt interessant om te lezen.
115 donker dark Het is erg donker buiten, ik kan niets zien.
116 verliefd in love Hij is zo verliefd op haar, dat hij altijd glimlacht.
117 warm warm Het is vandaag heel warm, dus ik draag een T-shirt.
118 beloofd promised Hij heeft een beloofd cadeau voor haar gekocht.
119 leeg empty De fles is helemaal leeg, ik moet nieuwe kopen.
120 knap smart Hij is een knap jongen met veel talent.
121 lastig difficult Het is lastig om te kiezen tussen deze opties.
122 dik thick De hond is te dik om door het gat te passen.
123 onmogelijk impossible Het lijkt onmogelijk om dat in één dag te doen.
124 moe tired Na een lange dag ben ik heel moe.
125 kapot broken Mijn fiets is kapot en kan niet meer rijden.
126 koud cold Het is koud buiten, dus neem een jas mee.
127 blauw blue De lucht is blauw op een zonnige dag.
128 dronken drunk Hij was te dronken om naar huis te rijden.
129 laag low De tafel is te laag voor de kinderen.
130 onschuldig innocent Hij is onschuldig en heeft niets verkeerd gedaan.
131 bijzonder special Dit schilderij is echt bijzonder en uniek.
132 zwanger pregnant Ze is zwanger en verwacht haar eerste kind.
133 levend alive De plant is nog levend, ondanks de kou.
134 cool cool Dat nieuwe spel is echt cool om te spelen.
135 extra extra Ik heb een extra boek gekocht voor de cursus.
136 bezorgd worried Ze is bezorgd over de gezondheid van haar hond.
137 gebroken broken Mijn telefoon is gebroken en moet worden gerepareerd.
138 betrokken involved Hij is betrokken bij verschillende projecten.
139 rot rotten De fruit was rot en niet meer eetbaar.
140 verschillend different De twee schilderijen zijn heel verschillend.
141 menselijk human Het is menselijk om fouten te maken.
142 vuil dirty De straat is vuil na de storm.
143 verschrikkelijk terrible Het weer was verschrikkelijk tijdens onze vakantie.
144 simpel simple Het recept is heel simpel en snel te maken.
145 vermist missing De kat is al een week vermist en we maken ons zorgen.
146 schoon clean De kamer is schoon en opgeruimd.
147 totaal total Het totaal aantal deelnemers was hoger dan verwacht.
148 heilig holy Dit boek is voor ons een heilig tekst.
149 heerlijk delicious Het eten was heerlijk en iedereen genoot.
150 gewond injured Hij is gewond geraakt tijdens de wedstrijd.
151 favoriet favorite Dit is mijn favoriet boek aller tijden.
152 medisch medical Hij heeft een medisch diploma behaald aan de universiteit.
153 zwak weak Hij voelde zich zwak na de lange ziekte.
154 belachelijk ridiculous Dat idee is echt belachelijk!
155 engels english Zij spreekt vloeiend engels en Nederlands.
156 ongelooflijk incredible Het was een ongelooflijk avontuur in de bergen.
157 ernstig serious Hij had een ernstig gesprek met zijn baas.
158 bereid prepared Ze is bereid om te helpen met de klus.
159 gemeen mean Hij maakte een gemeen opmerking over haar.
160 roze pink Ze draagt een roze jurk naar het feest.
161 gestoord disturbed Hij is een beetje gestoord vandaag.
162 gemakkelijk easy Dit probleem is gemakkelijk op te lossen.
163 gesloten closed De winkel is gesloten op zondag.
164 duur expensive Dit restaurant is best duur, maar het eten is heerlijk.
165 groen green De grasvelden zijn mooi groen.
166 geregeld arranged Alles is goed geregeld voor het feest.
167 zacht soft Het kussen is erg zacht en comfortabel.
168 behoorlijk decent Hij heeft een behoorlijk goede prestatie geleverd.
169 vlak flat Het pad is vlak en makkelijk te lopen.
170 rechts right De winkel is rechts van het restaurant.
171 aangenaam pleasant Het is aangenaam om je te ontmoeten.
172 eeuwig eternal De liefde is eeuwig en onveranderlijk.
173 frans french Ze spreekt frans met een mooi accent.
174 verantwoordelijk responsible Hij is verantwoordelijk voor het project.
175 overleden deceased Haar grootvader is overleden vorig jaar.
176 besloten closed Ze heeft een besloten vergadering gehouden met haar team.
177 gearresteerd arrested De verdachte is gearresteerd door de politie na het onderzoek.
178 waar true Dit is de waar winkel voor goede koffie.
179 militair military Hij heeft een militair opleiding gevolgd.
180 langzaam slow De trein rijdt langzaam door het dorp.
181 officieel official Het document is nu officieel goedgekeurd.
182 gezond healthy Het is belangrijk om gezond te eten en te bewegen.
183 jaloers jealous Ze is jaloers op haar zus omdat ze een nieuwe auto heeft.
184 eenvoudig simple Het recept is heel eenvoudig en snel te maken.
185 compleet complete Het project is nu compleet en klaar voor presentatie.
186 volwassen adult Hij voelt zich eindelijk volwassen en kan nu alleen wonen.
187 vriendelijk friendly Hij is altijd vriendelijk tegen zijn buren.
188 uitstekend excellent Het diner was uitstekend, ik heb genoten.
189 chinees chinese Ik hou van chinees eten, vooral rijst.
190 dubbel double Hij heeft een dubbel portie besteld.
191 gezocht wanted Ik heb een gezocht boek dat ik niet kan vinden.
192 logisch logical Het is logisch dat je moe bent na zo'n lange dag.
193 schattig cute Het puppy is echt schattig en speelt graag.
194 ergste worst Dit is het ergste nieuws dat ik ooit heb gehoord.
195 sexy sexy Zij draagt een sexy jurk naar het feest.
196 verborgen hidden Er zijn verborgen schatten in deze oude stad.
197 blind blind Hij is blind geboren en kan niets zien.
198 super super Dat was een super idee voor het feest!
199 openbaar public Het openbaar vervoer is erg druk in de stad.
200 prettig pleasant Het is prettig om met vrienden te zijn.
201 beroemd famous Hij is een beroemd acteur in Nederland.
202 mobiel mobile Hij heeft een mobiel telefoon die altijd aanstaat.
203 nerveus nervous Ze was nerveus voor haar presentatie.
204 geheel entire Het boek is geheel anders dan ik had verwacht.
205 onbekend unknown De auteur van het boek is onbekend voor het grote publiek.
206 eenzaam lonely Hij voelde zich eenzaam in de grote stad.
207 vies dirty De vloer is vies na het feestje.
208 lelijk ugly Dat gebouw is echt lelijk en niet mooi.
209 dankbaar grateful Ik ben dankbaar voor alles wat je hebt gedaan.
210 meerdere multiple Er zijn meerdere manieren om dit probleem op te lossen.
211 nationaal national Dit is een nationaal park met veel bezoekers.
212 illegaal illegal Het is illegaal om zonder vergunning te bouwen.
213 naakt naked Hij liep naakt door het huis zonder zich te schamen.
214 vrolijk cheerful Ze was altijd zo vrolijk en maakte iedereen aan het lachen.
215 tevreden satisfied Ze was tevreden met het resultaat van haar examen.
216 ruim spacious De kamer is ruim genoeg voor een groot gezin.
217 verboden forbidden Het is verboden om daar te parkeren.
218 goedkoop cheap Dit boek is heel goedkoop in de winkel.
219 lui lazy Hij is te lui om te sporten.
220 seksueel sexual Dit boek gaat over seksueel gezondheid en relaties.
221 vlug quick Hij is altijd vlug met zijn huiswerk, dat is bewonderenswaardig.
222 saai boring De film was zo saai dat ik in slaap viel.
223 puur pure Dit water is puur en komt uit de bergen.
224 zielig pitiful Het is zielig om alleen te zijn.
225 opgelost solved Het probleem is eindelijk opgelost na veel moeite.
226 romantisch romantic Ze hadden een romantisch diner bij kaarslicht.
227 wijs wise Hij gaf me wijs advies over mijn toekomst.
228 voorlopig provisional Ik blijf voorlopig hier wonen.
229 lokaal local We kopen onze groenten bij de lokaal markt in de stad.
230 dapper brave Hij was dapper genoeg om te helpen.
231 bleek pale Hij zag er bleek uit na de lange reis.
232 magisch magical Het was een magisch moment toen de kinderen de sterren zagen.
233 dodelijk deadly Het ongeluk was dodelijk en er waren veel slachtoffers.
234 ingewikkeld complicated De wiskundige formule is erg ingewikkeld en moeilijk te begrijpen.
235 sociaal social Zij is een sociaal persoon die graag met anderen omgaat.
236 verdacht suspicious Hij had een verdacht gedrag tijdens het gesprek.
237 gepland planned De vergadering is gepland voor volgende week.
238 positief positive Hij heeft een positief houding tegenover het leven.
239 verbonden connected Ze zijn verbonden door een sterke vriendschap.
240 spannend exciting De film was zo spannend dat ik op het puntje van mijn stoel zat.
241 technisch technical Dit probleem heeft een technisch oplossing nodig.
242 vers fresh De groenten zijn vers en gezond.
243 beschermd protected Dit gebied is beschermd door de overheid tegen vervuiling.
244 redelijk reasonable De prijs van het boek is redelijk voor de kwaliteit.
245 vals false Hij heeft een vals document ingeleverd bij de aanvraag.
246 briljant brilliant Dat idee is echt briljant, ik hou ervan!
247 scherp sharp Het mes is heel scherp, wees voorzichtig.
248 brak brackish Ik voel me brak na dat zware feest.
249 gevoelig sensitive Hij is erg gevoelig voor kritiek en kan snel gekwetst zijn.
250 aanwezig present Iedereen was aanwezig op de belangrijke bijeenkomst.

Tips for learning Dutch adjectives

Start Learning Dutch Free

Free forever · No card · No password