The 250 Most Common Dutch Adverbs

Ranked by real-world frequency and an example sentence. Study all of them free with spaced repetition.

Adverbs are the small words that quietly hold Dutch sentences together, and they punch far above their weight in everyday speech. This reference list gathers the most common Dutch adverbs, ordered by how often they turn up in real usage, each with a plain English translation and an example sentence so you can see it at work right away.

Because so many of these words are short, frequent, and slightly slippery in meaning (think of the difference between niet and nooit, or nog and net), a list like this one is a good anchor for building intuition. Use it as a study base, then let repeated exposure do the rest of the work.

Learn These Dutch Adverbs Free

Free forever · No card · No password

More Dutch lists: Words Nouns Verbs Adjectives About learning Dutch

The 250 Most Common Dutch Adverbs: the list

# Dutch English Example
1 niet not Hij komt niet naar het feest.
2 dan then Ik kom dan later terug.
3 hier here Zet je tas hier neer.
4 nog still Ik heb nog geen honger.
5 ook also Ik wil ook een ijsje.
6 al already Ik ben al klaar met mijn huiswerk.
7 daar there Ik zie een mooi huis, maar ik weet niet of ik daar wil wonen.
8 alleen alone Ik ben alleen thuis en het is stil.
9 toch still Het regent, maar ik ga toch naar buiten.
10 weg away Hij is weg gegaan zonder iets te zeggen.
11 eens once Ik wil eens een keer naar Parijs reizen.
12 misschien maybe misschien ga ik morgen naar het concert.
13 nooit never Ik heb nooit zoiets gezien!
14 terug back Hij komt terug van zijn vakantie.
15 even just Kun je even wachten, ik ben bijna klaar.
16 weer again Het is weer tijd om naar huis te gaan.
17 net just Ik heb net een boek gelezen.
18 altijd always Hij komt altijd op tijd naar school.
19 anders otherwise Dit boek is anders dan dat andere.
20 steeds always Hij komt steeds later naar school.
21 helemaal completely Ik ben helemaal tevreden met het resultaat.
22 ooit ever Heb je ooit in Parijs geweest?
23 zelfs even Hij kan zelfs goed koken.
24 samen together Wij werken samen aan dit project.
25 geleden ago Dat is drie weken geleden.
26 vandaag today Ik heb vandaag veel te doen.
27 buiten outside Laten we buiten gaan spelen.
28 morgen tomorrow Ik ga morgen naar school.
29 bijna almost Ik ben bijna klaar met mijn huiswerk.
30 eigenlijk actually Ik wil eigenlijk iets anders doen.
31 precies exactly Dat is precies wat ik bedoel.
32 verder further We moeten verder gaan met onze reis.
33 daarom therefore Het regent, daarom blijven we binnen.
34 soms sometimes Hij eet soms pizza voor het avondeten.
35 vanavond this evening We gaan vanavond naar de film.
36 later later Ik bel je later om te vragen hoe het gaat.
37 eerder earlier Ik kwam eerder dan verwacht aan op het feest.
38 zoveel so much Er zijn zoveel mensen op het feest.
39 meest most Dit is het meest interessante boek dat ik heb gelezen.
40 zeer very Hij is zeer goed in wiskunde.
41 meteen immediately Als je klaar bent, moet je meteen komen.
42 vaak often Ik ga vaak naar de sportschool.
43 neer down Hij kijkt neer naar de grond.
44 beneden down De kat ligt beneden op de grond te slapen.
45 vooruit forward Hij loopt vooruit om de hoek van het gebouw.
46 inderdaad indeed Dat is inderdaad een goed idee voor het feest.
47 overal everywhere De bloemen bloeien overal in de tuin.
48 daarna after that We gaan eerst eten en daarna naar de film.
49 liever rather Ik ga liever naar het strand dan naar de bergen.
50 straks soon We gaan straks naar het park voor een picknick.
51 nergens nowhere Ik kan mijn sleutels nergens vinden.
52 gisteren yesterday Ik heb gisteren een interessante film gezien.
53 eindelijk finally Ik heb eindelijk mijn diploma gehaald!
54 nogal rather Het is nogal koud vandaag, dus trek een jas aan.
55 zomaar just like that Hij kwam zomaar binnen zonder te kloppen.
56 vroeger earlier vroeger was alles anders dan nu.
57 ongeveer about Het duurt ongeveer een uur om daar te komen.
58 tenminste at least Je moet tenminste één keer per week sporten.
59 slechts only Ik heb slechts vijf euro in mijn portemonnee.
60 omhoog up Hij keek omhoog naar de sterren.
61 gisteravond last night We hebben gisteravond een film gekeken.
62 vooral especially Ik hou vooral van chocolade-ijs.
63 trouwens by the way trouwens, ik heb je boek gelezen.
64 blijkbaar apparently blijkbaar is het vandaag een feestdag.
65 zover so far Het is zover gekomen dat we moeten beslissen.
66 onderweg on the way Ik ben onderweg naar huis, het is druk.
67 daarvoor before that Ik heb hard gewerkt, en daarvoor was ik moe.
68 direct directly Hij komt direct naar het feest.
69 tuurlijk of course Ja, tuurlijk wil ik met je naar de film gaan!
70 uiteindelijk eventually uiteindelijk vond ze de juiste oplossing voor het probleem.
71 helaas unfortunately helaas kan ik niet naar het feest komen vanavond.
72 meestal usually Ik ga meestal naar de gym in de ochtend.
73 hopelijk hopefully hopelijk komt het weer snel terug.
74 dichtbij near Het restaurant is dichtbij het station.
75 werkelijk really Dat was werkelijk een geweldige film om te zien.
76 ineens suddenly Hij kwam ineens binnen zonder te kloppen.
77 achteruit backwards Rijd achteruit als je de garage in wilt.
78 hoelang how long hoelang duurt het voordat we aankomen?
79 onmiddellijk immediately Hij reageerde onmiddellijk op de vraag.
80 binnenkort soon We gaan binnenkort op vakantie.
81 vaker more often Ik wil vaker naar de sportschool gaan om fit te blijven.
82 nachts at night Ik ga meestal nachts naar bed.
83 opeens suddenly Het begon opeens te regenen tijdens de wandeling.
84 wellicht perhaps wellicht ga ik morgen naar het concert.
85 nauwelijks barely Ik heb nauwelijks tijd om te eten.
86 bijvoorbeeld for example Ik hou van dieren, bijvoorbeeld honden en katten.
87 dichterbij closer Hij kwam dichterbij om te vragen of ik hem kon helpen.
88 tegenwoordig nowadays tegenwoordig gebruiken veel mensen hun telefoon om te communiceren.
89 opzij aside Hij duwde de stoel opzij om meer ruimte te maken.
90 vanochtend this morning Ik heb vanochtend een heerlijke koffie gedronken.
91 heus really Hij is heus een goede vriend voor mij.
92 hiervoor for this Ik heb veel tijd hiervoor gewerkt aan dit project.
93 uiteraard of course uiteraard ben ik blij met je komst naar het feest.
94 amper barely Ik heb amper tijd om te lunchen voor de vergadering.
95 momenteel currently Ik ben momenteel bezig met mijn huiswerk.
96 daarbij thereby Hij heeft zijn huiswerk gemaakt en daarbij ook de afwas gedaan.
97 tegelijk simultaneously Ze praten tegelijk met elkaar.
98 plotseling suddenly Het begon plotseling te regenen.
99 daarover about that We moeten daarover praten voordat we verder gaan.
100 minstens at least Je moet minstens vijf uur slapen om goed uitgerust te zijn.
101 verderop further on De winkel is verderop aan de rechterkant van de straat.
102 bovendien moreover Het is koud buiten; bovendien regent het ook.
103 waarheen where to We weten niet waarheen we moeten gaan.
104 hierin in this De oplossing zit hierin het probleem zelf.
105 onlangs recently Ik heb onlangs een nieuwe auto gekocht.
106 letterlijk literally Hij was letterlijk de snelste loper van de groep.
107 vlakbij nearby Er is een winkel vlakbij waar we boodschappen kunnen doen.
108 ondertussen meanwhile Hij studeert, ondertussen maakt hij ook tijd voor vrienden.
109 avonds in the evening Ik lees graag avonds voor het slapen.
110 sindsdien since then Hij is verhuisd en sindsdien heeft hij veel nieuwe vrienden gemaakt.
111 voorgoed forever Hij is voorgoed verhuisd naar een ander land.
112 achterin at the back Zit je achterin de klas of vooraan?
113 gewoonlijk usually Ik ga gewoonlijk om zes uur naar bed.
114 eventjes for a moment Ik ben eventjes weg, kom zo terug.
115 hieruit from here Je kunt veel hieruit leren als je goed kijkt.
116 telkens each time Hij komt telkens weer te laat op school.
117 vanzelf automatically Het probleem lost zich vanzelf op.
118 hierbij hereby hierbij stuur ik je de documenten die je vroeg.
119 stiekem secretly Hij at stiekem een koekje voordat het avondeten.
120 sowieso anyway Ik ga sowieso naar het feest, ongeacht het weer.
121 ochtends in the mornings Ik ga ochtends joggen voordat ik ga werken.
122 zelden seldom Ik ga zelden naar de bioscoop.
123 plots suddenly Het begon plots te regenen tijdens de wandeling.
124 voortdurend continuously Hij werkt voortdurend aan zijn project zonder pauzes te nemen.
125 liefst preferably Ik ga liefst naar het strand in de zomer.
126 voortaan from now on voortaan ga ik elke dag vroeg naar bed.
127 morgens in the morning Ik drink altijd koffie morgens voordat ik ga werken.
128 overdag during the day Ik werk overdag en studeer 's avonds.
129 daarnet just now Ik heb daarnet een interessante film gezien.
130 ongetwijfeld undoubtedly Zij zal ongetwijfeld de beste keuze maken.
131 vrijwel virtually Het is vrijwel onmogelijk om dat te doen.
132 ofzo or so We gaan naar het strand, ofzo iets dergelijks.
133 jarenlang for years Hij heeft jarenlang in het buitenland gewoond.
134 hierna after this We gaan naar het restaurant hierna de film.
135 intussen meanwhile Ik ga naar de winkel; intussen kun jij het huis opruimen.
136 elders elsewhere Als het hier niet werkt, moeten we elders kijken.
137 expres express Hij kwam expres te laat voor de vergadering.
138 zachtjes softly Hij sprak zachtjes zodat niemand hem kon horen.
139 hiernaast next to this De winkel hiernaast verkoopt ook boeken.
140 vrijuit freely Hij sprak vrijuit over zijn gevoelens.
141 eronder under it De schaduw viel eronder en het werd koeler.
142 halverwege halfway We zijn halverwege de reis en het is al donker.
143 hierdoor thereby Het regende hard, hierdoor zijn we binnen gebleven.
144 tweemaal twice Hij heeft het examen tweemaal gedaan.
145 uiterst extremely Hij is uiterst tevreden met het resultaat.
146 vooraf in advance Zorg ervoor dat je vooraf een plan maakt voor de reis.
147 voornamelijk mainly De winkel verkoopt voornamelijk kleding voor kinderen.
148 voorwaarts forwards Laten we voorwaarts gaan en onze doelen bereiken.
149 rechtop upright Hij zit rechtop op zijn stoel.
150 hooguit at most Ik kan hooguit twee uur blijven.
151 inmiddels meanwhile inmiddels is het al donker buiten.
152 hardop aloud Ze lachte hardop tijdens de film.
153 so so Hij is so blij met zijn nieuwe baan.
154 ernaast besides De school staat ernaast het park.
155 achteraf afterwards We kunnen achteraf beslissen of we het nog een keer willen doen.
156 zo so Hij is zo blij met zijn nieuwe fiets.
157 destijds at that time destijds was het leven heel anders.
158 dolgraag eagerly Ik zou dolgraag naar het concert willen gaan.
159 voorheen previously voorheen werkte hij als leraar in Amsterdam.
160 immers after all Je hebt het zelf gezegd, dus het is immers waar.
161 achterom around the back Hij keek achterom om te zien of iemand hem volgde.
162 vooraan in front Zij zit vooraan in de klas, dichtbij de leraar.
163 bovenaan at the top De prijswinnaar staat bovenaan de lijst.
164 deels partly Ik ben deels verantwoordelijk voor het project.
165 hierbinnen inside here Het is warm hierbinnen, dus sluit de deur alstublieft.
166 evenveel as much Ze hebben evenveel tijd om te studeren als ik.
167 voorop in front Hij loopt altijd voorop in de groep.
168 überhaupt at all Ik begrijp niet waarom hij dat überhaupt deed.
169 daaruit from there Hij haalde de informatie daaruit voor zijn onderzoek.
170 daarachter behind that De schuur staat daarachter het huis, achter de tuin.
171 middags in the afternoon Ik ga vaak wandelen middags in het park.
172 daarginds over there Kijk daarginds, daar is het mooie kasteel.
173 hierboven above De kamer hierboven is gereserveerd voor de gasten.
174 rechtdoor straight ahead Volg de weg rechtdoor en je komt er snel.
175 overigens moreover overigens is het weer vandaag prachtig.
176 enigszins somewhat Het is enigszins moeilijk om deze taak te voltooien.
177 overboord overboard Hij gooide de oude spullen overboord van het schip.
178 ondersteboven upside down De tafel staat ondersteboven na de storm.
179 onderaan at the bottom De tekst staat onderaan de pagina.
180 evengoed just as well Het regent, maar we gaan evengoed naar het park.
181 daarnaast besides Hij werkt fulltime; daarnaast studeert hij ook.
182 publiekelijk publicly Hij heeft zijn mening publiekelijk gedeeld.
183 simpelweg simply Hij is simpelweg te moe om te werken.
184 hierlangs along here Je kunt hierlangs lopen om bij het station te komen.
185 tamelijk fairly Het weer is tamelijk koud voor deze tijd van het jaar.
186 openlijk openly Ze sprak openlijk over haar gevoelens tijdens de vergadering.
187 hogerop upwards Ze wil hogerop in haar carrière en harder werken.
188 rechtsaf to the right Neem de eerste straat rechtsaf bij het verkeerslicht.
189 zonet just now Ik heb zonet een bericht gestuurd.
190 nadien afterwards We gingen naar huis nadien de film was afgelopen.
191 stilletjes quietly Hij praat stilletjes zodat niemand hem hoort.
192 desnoods if necessary Ik zal desnoods een taxi nemen als het regent.
193 ertussen in between Er ligt een boek ertussen de twee stoelen.
194 grotendeels largely Het project is grotendeels succesvol afgerond.
195 evenmin neither Hij heeft evenmin tijd om te helpen met het project.
196 eergisteren the day before yesterday Ik heb eergisteren een interessante film gezien met vrienden.
197 buitenaf from outside Hij komt buitenaf en kent niemand hier.
198 ginder over there Kijk ginder, daar is het feest!
199 tevergeefs in vain Hij zocht tevergeefs naar zijn verloren sleutels.
200 maandenlang for months Ze heeft maandenlang hard gewerkt aan dit project.
201 effe a bit Kun je effe wachten tot ik terug ben?
202 volop abundantly Er zijn volop mogelijkheden om te leren in deze stad.
203 dagenlang for days Ze heeft dagenlang gewerkt aan haar project zonder pauze.
204 gewoonweg simply Het was gewoonweg niet mogelijk om op tijd te komen.
205 eeuwenlang for centuries De traditie bestaat al eeuwenlang in deze regio.
206 hoogstens at most Je kunt hoogstens drie stuks fruit per dag eten.
207 niettemin nevertheless Het regende, maar niettemin gingen we naar buiten.
208 noordwaarts northward We reizen noordwaarts om de bergen te zien.
209 uitsluitend exclusively Dit restaurant serveert uitsluitend vegetarische gerechten.
210 ietwat somewhat Het weer is ietwat kouder dan gisteren.
211 herhaaldelijk repeatedly Hij heeft herhaaldelijk gevraagd om hulp.
212 stipt punctually Hij komt altijd stipt op tijd voor de les.
213 zogezegd so-called Hij is, zogezegd, de beste speler van het team.
214 dikwijls often Ik ga dikwijls naar de markt op zaterdag.
215 zometeen in a moment Ik kom zometeen terug met de boodschappen.
216 achterstevoren backwards Hij droeg zijn shirt achterstevoren per ongeluk.
217 ongemerkt unnoticed Hij kwam ongemerkt binnen zonder dat iemand het merkte.
218 bovenal above all Hij is bovenal een goede vriend voor mij.
219 klaarblijkelijk apparently Hij is klaarblijkelijk vergeten om de afspraak te maken.
220 nochtans nevertheless Hij was moe, nochtans besloot hij door te werken.
221 volstrekt completely Het is volstrekt onacceptabel om zo te handelen.
222 nimmer never Hij heeft nimmer zoiets meegemaakt.
223 ronduit outright Hij was ronduit ontevreden over de service.
224 eveneens also Hij is eveneens uitgenodigd voor het feest.
225 doorgaans usually Ik ga doorgaans om zes uur naar bed.
226 ditmaal this time ditmaal ga ik echt op tijd naar het feestje.
227 persé necessarily Je hoeft het niet persé zo te doen, er zijn andere opties.
228 aldus thus aldus de expert is het belangrijk om vroeg te beginnen met leren.
229 much much Ik heb much te veel gegeten tijdens het diner.
230 allicht probably Hij komt allicht morgen naar het feest.
231 waarlijk truly Hij is waarlijk een goede vriend.
232 erboven above it De zon scheen helder erboven de wolken.
233 razendsnel rapidly De auto reed razendsnel over de snelweg.
234 onderdoor underneath Hij kroop onderdoor de tafel om te verstoppen.
235 normaliter normally normaliter eet ik om zes uur avondeten.
236 oostwaarts eastward De zon komt oostwaarts op elke ochtend.
237 gladjes smoothly Hij danst gladjes over de vloer.
238 circa approximately Het feest begint circa om acht uur.
239 hoofdzakelijk mainly Hij eet hoofdzakelijk groenten en fruit.
240 zowaar indeed Hij heeft zowaar zijn examen gehaald zonder te studeren.
241 hoogstwaarschijnlijk most likely Het zal hoogstwaarschijnlijk morgen gaan regenen.
242 blindelings blindly Ze vertrouwt hem blindelings met haar geheimen.
243 daarvandaan from there Hij komt daarvandaan en heeft een interessant verhaal.
244 bovenaf from above Kijk bovenaf naar het probleem om het beter te begrijpen.
245 nee no Ik zeg nee tegen ongezonde snacks.
246 stroomopwaarts upstream De boot vaart stroomopwaarts de rivier in.
247 weliswaar indeed Hij is weliswaar laat, maar hij komt nog.
248 once once Ik heb once een beroemde acteur ontmoet.
249 zodoende thus Hij studeerde hard en zodoende haalde hij goede cijfers.
250 onderhand meanwhile Hij praatte onderhand met de verkoper over de prijs.

Tips for learning Dutch adverbs

Start Learning Dutch Free

Free forever · No card · No password