Dutch Describing Things Vocabulary

This list gathers the everyday Dutch words you reach for when describing things: size (groot, klein, lang, hoog), quality (goed, beter, leuk, prachtig), state (klaar, vol, los) and general judgement (gewoon, zeker, vreemd, duidelijk). These are the adjectives and adverbs that come up constantly in conversation and in everyday descriptions, so getting comfortable with them pays off fast.

Vocab Voyage turns the list into simple flashcard practice: you see an English prompt and type the Dutch word from memory, while spaced repetition brings back the words you are shakiest on. Accents are forgiven, so a missing diacritic will not cost you a correct answer.

Start Learning Dutch Free

Free forever · No card · No password

Dutch Describing Things Vocabulary: the list

#DutchEnglishTypeExample
1 goed good adjective Dit is een goed idee.
2 veel many adjective Er zijn veel redenen om gelukkig te zijn.
3 gewoon ordinary adjective Het is gewoon om af en toe een pauze te nemen.
4 nodig necessary adjective Ik heb wat hulp nodig met deze taak.
5 groot big adjective Dat is een groot probleem dat we moeten oplossen.
6 altijd always adverb Hij komt altijd op tijd naar school.
7 zeker certain adjective Zij is zeker de beste in de klas.
8 lang long adjective De weg is lang en kronkelig.
9 beter better adjective Ik voel me beter na een goede nachtrust.
10 andere other adjective Ik heb een andere idee voor het project.
11 leuk nice adjective Dat was een leuk feestje gisteravond.
12 natuurlijk natural adjective Dat is natuurlijk een goede keuze.
13 heel whole adjective Het is heel belangrijk om te luisteren.
14 klaar ready adjective Hij is klaar met zijn huiswerk.
15 klein small adjective De kat is klein maar schattig.
16 heet hot adjective Het is vandaag erg heet, dus ik ga zwemmen.
17 vol full adjective De tas is vol met boeken en spullen.
18 hoog high adjective De toren is heel hoog.
19 duidelijk clear adjective Het is duidelijk dat hij gelijk heeft.
20 vreemd strange adjective Dat is een vreemd idee, ik begrijp het niet.
21 rood red adjective De appel is mooi en rood.
22 los loose adjective De hond is los en kan vrij rondlopen.
23 rond round adjective De bal is rond en rolt gemakkelijk.
24 sterk strong adjective Hij is een sterk man die veel kan tillen.
25 prachtig beautiful adjective Het uitzicht vanaf de berg is prachtig.
26 dicht close adjective De deur is dicht en kan niet open.
27 perfect perfect adjective Dit is de perfect gelegenheid om te beginnen.
28 normaal normal adjective Het is normaal om af en toe te ontspannen.
29 slim smart adjective Dat was een slim idee om te sparen.
30 welkom welcome adjective Je bent welkom in ons huis.
31 makkelijk easy adjective Dit probleem is makkelijk op te lossen.
32 stil quiet adjective Het is stil in de bibliotheek.
33 zwart black adjective De kat is zwart en loopt snel door de tuin.
34 half half adjective Ik heb een half uur gewacht op de bus.
35 raar strange adjective Het is raar dat hij zo vroeg naar huis gaat.
36 grappig funny adjective Dat verhaal was echt grappig en maakte me aan het lachen.
37 minder less adjective Ik heb minder tijd om te studeren deze week.
38 ok ok adjective Het is ok als je niet mee wilt gaan.
39 verloren lost adjective Hij voelde zich verloren zonder zijn vrienden.
40 zwaar heavy adjective De doos is te zwaar voor mij om te tillen.
41 kwijt lost adjective Ik ben mijn sleutels kwijt, kan je helpen zoeken?
42 serieus serious adjective Hij is altijd serieus als het om werk gaat.
43 voorzichtig careful adjective We moeten voorzichtig zijn met het vuur.
44 bekend known adjective Hij is een bekend schrijver in Nederland.
45 speciaal special adjective Dit cadeau is heel speciaal voor mijn verjaardag.
46 donker dark adjective Het is erg donker buiten, ik kan niets zien.
47 warm warm adjective Het is vandaag heel warm, dus ik draag een T-shirt.
48 leeg empty adjective De fles is helemaal leeg, ik moet nieuwe kopen.
49 dik thick adjective De hond is te dik om door het gat te passen.
50 kapot broken adjective Mijn fiets is kapot en kan niet meer rijden.
51 koud cold adjective Het is koud buiten, dus neem een jas mee.
52 blauw blue adjective De lucht is blauw op een zonnige dag.
53 laag low adjective De tafel is te laag voor de kinderen.
54 roze pink adjective Ze draagt een roze jurk naar het feest.
55 groen green adjective De grasvelden zijn mooi groen.
56 zacht soft adjective Het kussen is erg zacht en comfortabel.
57 kleurc. color noun Mijn favoriete kleur is blauw.
58 vlak flat adjective Het pad is vlak en makkelijk te lopen.
59 rechts right adjective De winkel is rechts van het restaurant.
60 vormc. form noun De vorm van de tafel is rond en past goed in de kamer.
61 schattig cute adjective Het puppy is echt schattig en speelt graag.
62 ergste worst adjective Dit is het ergste nieuws dat ik ooit heb gehoord.
63 sexy sexy adjective Zij draagt een sexy jurk naar het feest.
64 verborgen hidden adjective Er zijn verborgen schatten in deze oude stad.
65 blind blind adjective Hij is blind geboren en kan niets zien.
66 super super adjective Dat was een super idee voor het feest!
67 prettig pleasant adjective Het is prettig om met vrienden te zijn.
68 beroemd famous adjective Hij is een beroemd acteur in Nederland.
69 mobiel mobile adjective Hij heeft een mobiel telefoon die altijd aanstaat.
70 vies dirty adjective De vloer is vies na het feestje.
71 lelijk ugly adjective Dat gebouw is echt lelijk en niet mooi.
72 ruim spacious adjective De kamer is ruim genoeg voor een groot gezin.
73 ingewikkeld complicated adjective De wiskundige formule is erg ingewikkeld en moeilijk te begrijpen.
74 schoonheidc. beauty noun De schoonheid van de natuur is adembenemend.
75 scherp sharp adjective Het mes is heel scherp, wees voorzichtig.
76 beschrijven to describe verb Kun je het schilderij beschrijven in een paar zinnen?
77 droog dry adjective Het weer is vandaag erg droog.
78 netjes neat adjective Houd je kamer netjes, anders kan je niets vinden.
79 krachtig powerful adjective De motor is zeer krachtig en snel.
80 indrukwekkend impressive adjective Het uitzicht vanaf de bergtop was indrukwekkend.
81 duister dark adjective Het was een duister en stormachtige nacht.
82 gezellig cozy adjective Het was een gezellig avond met veel lachen en praten.
83 fris fresh adjective De lucht is fris na de regen.
84 geel yellow adjective De zonnebloemen zijn mooi en geel.
85 schitterend brilliant adjective Het uitzicht vanaf de berg was schitterend.
86 strak tight adjective De jurk zit heel strak en accentueert haar figuur.
87 stevig sturdy adjective De tafel is stevig en kan veel gewicht dragen.
88 bloot bare adjective Hij liep bloot op het strand zonder kleren.
89 grijs gray adjective De lucht was grijs voor de storm.
90 green green adjective De green kleur is rustgevend.
91 typisch typical adjective Dit is een typisch voorbeeld van Nederlandse architectuur.
92 gevuld filled adjective De doos is gevuld met lekkernijen.
93 uiterlijkn. appearance noun Haar uiterlijk is belangrijk voor haar zelfvertrouwen.
94 stijf stiff adjective De deur is zo stijf dat ik hem niet kan openen.
95 ruw rough adjective Het oppervlak van de tafel is ruw en onbewerkt.
96 luid loud adjective Hij praatte zo luid dat iedereen hem kon horen.
97 agressief aggressive adjective Zijn agressief gedrag maakte anderen bang.
98 braaf well-behaved adjective De hond is altijd braaf en luistert goed.
99 koppig stubborn adjective Hij is zo koppig, hij wil nooit luisteren.
100 complex complex adjective Het probleem is erg complex en moeilijk op te lossen.
101 brutaal brazen adjective Hij is altijd zo brutaal tegen zijn leraren.
102 mager thin adjective Hij is te mager en moet meer eten.
103 uitgeput exhausted adjective Na de marathon voelde ik me uitgeput.
104 ongemakkelijk uncomfortable adjective Het was een ongemakkelijk gesprek tussen de twee.
105 mysterieuze mysterious adjective Er was een mysterieuze schaduw in de nacht.
106 overdreven exaggerated adjective Haar reactie was overdreven en niet nodig.
107 comfortabel comfortable adjective Deze stoel zit heel comfortabel en is perfect voor lange uren.
108 gefaald failed adjective Het project is gefaald en moet opnieuw worden gedaan.
109 duivels devilish adjective Dat was een duivels plan dat niet goed afliep.
110 allemachtig almighty adjective Hij voelt zich soms allemachtig als hij de controle heeft.
111 potentieel potential adjective Dit project heeft veel potentieel voor groei.
112 breed wide adjective De rivier is erg breed op deze plek.
113 geladen loaded adjective De batterij is geladen en klaar voor gebruik.
114 traag slow adjective De traag computer werkt niet goed.
115 heftig intense adjective De storm was heftig en veroorzaakte veel schade.
116 zuiver pure adjective Het water in de bron is zuiver en drinkbaar.
117 zuur sour adjective De citroen is erg zuur en verfrissend.
118 schijnc. appearance noun De schijn kan bedrieglijk zijn.
119 grand grand adjective Het hotel had een grand uitzicht op de zee.
120 groottec. size noun De grootte van het huis is indrukwekkend.
121 glad smooth adjective De vloer is glad na het dweilen.
122 zichtbaar visible adjective De sterren zijn 's nachts goed zichtbaar aan de hemel.
123 taai tough adjective Dit vlees is te taai om te eten.
124 beschrijvingc. description noun Kun je een beschrijving geven van het probleem?
125 paars purple adjective De muur is geschilderd in een mooie paars kleur.
126 griezelig creepy adjective Die film was echt griezelig en ik kon niet slapen.
127 keihard rock-hard adjective Hij werkte keihard om zijn doelen te bereiken.
128 gigantische gigantic adjective Ze bouwden een gigantische toren in de stad.
129 langzamer slower adjective Hij liep langzamer dan de anderen.
130 oranje orange adjective De lucht was oranje tijdens de zonsondergang.
131 woest fierce adjective Hij was woest toen hij het slechte nieuws hoorde.
132 ijskoud ice-cold adjective Het water in de zee is nu echt ijskoud.
133 nare nasty adjective Dat was een nare ervaring voor iedereen.
134 uiterste extreme adjective Dit is mijn uiterste poging om het probleem op te lossen.
135 eruitzien to look like verb Je moet goed eruitzien voor het interview.
136 dramatisch dramatic adjective De film had een dramatisch einde dat iedereen raakte.
137 saaie boring adjective De film was zo saaie dat ik in slaap viel.
138 intens intense adjective De training was intens en uitdagend.
139 vaag vague adjective Zijn uitleg was te vaag om te begrijpen.
140 fel bright adjective De lamp is te fel, ik kan niet goed slapen.
141 gruwelijk horrible adjective De film was zo gruwelijk dat ik niet kon slapen.
142 opmerkelijk remarkable adjective Het is opmerkelijk hoe snel de tijd vliegt.
143 uitgebreid extensive adjective De presentatie was uitgebreid en zeer informatief.
144 divers diverse adjective De groep bevat divers mensen van verschillende leeftijden.
145 ingetrokken withdrawn adjective Hij was ingetrokken en sprak niet veel met anderen.
146 absurd absurd adjective Het idee was zo absurd dat niemand het serieus nam.
147 bovenste top adjective Het boek ligt op de bovenste plank van de kast.
148 opgeruimd tidy adjective Het huis is opgeruimd en klaar voor bezoek.
149 wijd wide adjective De broek is te wijd voor mij, ik moet een kleinere maat.
150 gescheurd torn adjective Het papier is gescheurd en kan niet meer gebruikt worden.

Gender: m. masculine · f. feminine · n. neuter · c. common

Tips

Frequently asked questions

What kind of words are in this Dutch Describing Things list?

Mostly adjectives, plus a few adverbs, covering size, quality, condition and certainty, with words like groot, klein, goed, klaar and zeker.

Do adjectives like these have a gender?

No. Adjectives and adverbs carry no gender of their own; what matters is the gender (de or het) of the noun they describe, together with the article, since that decides whether the adjective takes an extra -e.

How should I practise this vocabulary with Vocab Voyage?

You see an English prompt and type the matching Dutch word, such as goed for good or duidelijk for clear. Spaced repetition brings back the trickier words more often, and accents are forgiven so you can focus on the word itself.

More Dutch

Learn Dutch · Words · Nouns · Verbs · Adjectives · Adverbs · Catalan vs Dutch: nearly identical words · Czech vs Dutch: nearly identical words · Danish vs Dutch: nearly identical words · How many Dutch words do you need? · Dutch words you already know · 200 most common common Dutch nouns · 200 most common neuter Dutch nouns · Dutch City & Places vocabulary · Dutch Talking & Communication vocabulary · Dutch Art & Culture vocabulary · Dutch Emotions & Personality vocabulary · Dutch Family & People vocabulary · Dutch Food & Drink vocabulary · Dutch Health & the Body vocabulary · Dutch Home & Daily Life vocabulary · Dutch Money & Finance vocabulary · Dutch Nature & Animals vocabulary · Dutch Numbers & Quantities vocabulary · Dutch School & Learning vocabulary · Dutch Shopping & Clothes vocabulary · Dutch Politics, Law & Society vocabulary · Dutch Sport & Leisure vocabulary · Dutch Technology & Media vocabulary · Dutch Time, Weather & Seasons vocabulary · Dutch Travel & Transport vocabulary · Dutch Work & Business vocabulary · Dutch vs German: nearly identical words · Dutch vs Spanish: nearly identical words · Dutch vs Finnish: nearly identical words · Dutch vs French: nearly identical words

Start Learning Dutch Free

Free forever · No card · No password