Dutch Politics, Law & Society Vocabulary

Politics, law and society words come up constantly in Dutch news, crime dramas and everyday conversations about current events. This themed list covers core vocabulary for following a court case, discussing an election or understanding a report about crime and punishment - words such as staat, wet, rechter, advocaat, misdaad and stemmen.

Many of these words cluster around the same few scenes, which makes them easier to learn as a group than one by one. Once the people in a legal case are clear (rechter, verdachte, dader, advocaat, gevangene), the rest of the topic starts to fall into place.

Start Learning Dutch Free

Free forever · No card · No password

Dutch Politics, Law & Society Vocabulary: the list

#DutchEnglishTypeExample
1 staatc. state noun De vlag staat hoog in de lucht.
2 politiec. police noun De politie kwam snel ter plaatse.
3 wapenc. weapon noun Een wapen is gevaarlijk en moet met voorzichtigheid worden behandeld.
4 oorlogc. war noun De oorlog heeft veel mensen geraakt.
5 moordc. murder noun De detective onderzoekt een moord in de stad.
6 advocaatc. lawyer noun De advocaat helpt mensen met juridische problemen.
7 moordenaarc. murderer noun De moordenaar werd snel gepakt door de politie.
8 gevangenisc. prison noun Hij zit in de gevangenis voor zijn misdaden.
9 presidentc. president noun De president sprak tot het volk tijdens de ceremonie.
10 legerc. army noun Het leger is goed voorbereid op de missie.
11 vijandc. enemy noun Hij beschouwde haar als zijn grootste vijand.
12 wetc. law noun De nieuwe wet gaat volgende maand in.
13 rechterc. judge noun De rechter nam een beslissing over de zaak.
14 verdachtec. suspect noun De verdachte werd gearresteerd door de politie.
15 machtc. power noun Hij heeft veel macht in de organisatie.
16 raadc. council noun Ik vroeg om raad bij het maken van mijn keuze.
17 rechercheurc. detective noun De rechercheur loste de zaak snel op.
18 sheriffc. sheriff noun De sheriff kwam aanrijden met zijn auto om de situatie te bekijken.
19 misdaadc. crime noun De detective onderzocht de misdaad die in de stad was gepleegd.
20 inspecteurc. inspector noun De inspecteur onderzocht de zaak grondig.
21 daderc. perpetrator noun De dader is nog niet gevonden door de politie.
22 stemmen to vote verb We moeten allemaal stemmen voor de nieuwe burgemeester.
23 geweerc. gun noun Het geweer ligt veilig in de kast.
24 arresteren to arrest verb De politie besloot om de verdachte te arresteren.
25 gevangenec. prisoner noun De gevangene vertelde zijn verhaal aan de journalist.
26 aanvallen to attack verb De hond wil niet aanvallen zonder reden.
27 vluchten to flee verb We moeten vluchten als het gaat stormen.
28 officierc. officer noun De officier gaf een toespraak tijdens de ceremonie.
29 regeringc. government noun De regering heeft nieuwe regels voor het milieu aangekondigd.
30 politiekc. politics noun De politiek in ons land verandert snel.
31 vrijheidc. freedom noun Iedereen heeft recht op vrijheid van meningsuiting.
32 burgemeesterc. mayor noun De burgemeester sprak met de inwoners over de plannen.
33 aanklachtc. charge noun De aanklacht tegen hem werd ingetrokken.
34 ministerc. minister noun De minister gaf een belangrijke toespraak.
35 nationaal national adjective Dit is een nationaal park met veel bezoekers.
36 illegaal illegal adjective Het is illegaal om zonder vergunning te bouwen.
37 rechtbankc. court noun De zaak wordt behandeld in de rechtbank.
38 senatorc. senator noun De senator sprak over belangrijke kwesties in de vergadering.
39 partijc. party noun We hebben een grote partij georganiseerd voor de verkiezingen.
40 sociaal social adjective Zij is een sociaal persoon die graag met anderen omgaat.
41 terroristc. terrorists noun De terrorist werd door de politie gearresteerd na de aanslag.
42 verdedigingc. defense noun De verdediging van het team was sterk tijdens de wedstrijd.
43 overheidc. government noun De overheid heeft nieuwe regels voor het milieu ingevoerd.
44 commissarisc. commissioner noun De commissaris gaf een belangrijke toespraak tijdens de vergadering.
45 bedreigingc. threat noun De politie nam de bedreiging serieus en verhoogde de beveiliging.
46 verraderc. traitor noun Hij wordt gezien als een verrader door zijn vrienden.
47 gouverneurc. governor noun De gouverneur sprak met de inwoners.
48 overvalc. robbery noun De overval vond plaats in de nacht.
49 beroven to rob verb Het is niet goed om iemand te beroven van zijn spullen.
50 slaafc. slave noun In het verleden waren er veel slaaf in verschillende landen.
51 inbreken to break in verb Ze probeerden te inbreken in het huis, maar werden betrapt.
52 verzetc. resistance noun Het verzet tegen de onderdrukking was sterk.
53 aanklagen to accuse verb Ze besloot hem te aanklagen voor de schade.
54 gerechtigheidc. justice noun Iedereen streeft naar gerechtigheid in de samenleving.
55 gemeenschapc. community noun Onze gemeenschap organiseert elk jaar een festival.
56 delictc. offense noun Hij werd beschuldigd van een ernstig delict.
57 aanklagerc. prosecutor noun De aanklager presenteerde het bewijs in de rechtszaal.
58 aanslagc. attack noun De aanslag op het gebouw was schokkend.
59 overvallen to rob verb De bank werd gisteren overvallen door een groep mannen.
60 rechtszaakc. lawsuit noun De rechtszaak begon om negen uur 's ochtends.
61 campagnec. campaign noun De campagne voor de verkiezingen is begonnen.
62 justitiec. justice noun De justitie zorgt ervoor dat de wetten worden nageleefd.
63 joods jewish adjective Hij is joods en viert de feestdagen.
64 ontvoeringc. kidnapping noun De film gaat over een spannende ontvoering en de zoektocht naar het slachtoffer.
65 verkiezingc. elections noun De verkiezing vindt volgende maand plaats.
66 misdrijfn. crime noun Het misdrijf werd snel opgelost door de politie.
67 verraadc. betrayal noun Zijn verraad was een grote schok voor iedereen.
68 federale federal adjective De federale overheid heeft nieuwe regels ingevoerd.
69 keizerc. emperor noun De keizer regeerde over het grote rijk.
70 politieagentc. police officer noun De politieagent hielp de mensen in de straat.
71 koninkrijkn. kingdom noun Het koninkrijk der Nederlanden heeft een rijke geschiedenis.
72 admiraalsc. admiral noun De admiraals van de vloot waren aanwezig bij de ceremonie.
73 autoriteitc. authorities noun De autoriteit heeft de regels duidelijk gemaakt.
74 diefstalc. theft noun De politie onderzoekt de diefstal in de winkel.
75 domineec. minister noun De dominee sprak tijdens de dienst.
76 beschuldigingc. accusations noun De beschuldiging tegen hem was ongegrond en onterecht.
77 strafbladc. criminal record noun Hij heeft een strafblad door zijn eerdere misdaden.
78 ministeriec. ministry noun Het ministerie heeft nieuwe regels aangekondigd.
79 premierc. prime minister noun De premier gaf een toespraak over de nieuwe wet.
80 nazic. nazi noun De nazi was verantwoordelijk voor veel leed in de oorlog.
81 ambassadeurc. ambassador noun De ambassadeur vertegenwoordigt ons land in het buitenland.
82 revolutiec. revolution noun De revolutie veranderde het land voor altijd.
83 legaal legal adjective Het is legaal om in Nederland cannabis te kopen.
84 verkiezen to elect verb Ik wil altijd verkiezen om thuis te blijven in plaats van uit te gaan.
85 misbruikc. abuse noun Het is belangrijk om misbruik te voorkomen in onze samenleving.
86 verkrachtingc. rape noun Het is een ernstig misdrijf zoals verkrachting.
87 borgc. bail noun Hij betaalde een borg om de auto te huren.
88 politicusc. politicians noun De politicus sprak over belangrijke onderwerpen.
89 moordwapenc. murder weapon noun Het moordwapen werd gevonden in het huis.
90 beschavingc. civilization noun De beschaving van dit volk is heel oud.
91 bewakingc. guarding noun De bewaking zorgt voor de veiligheid van het gebouw.
92 maffiac. mafia noun De film gaat over de maffia in de grote stad.
93 verzetten to oppose verb We moeten de vergadering verzetten naar volgende week.
94 rechtszaalc. courtroom noun De zaak werd behandeld in de rechtszaal.
95 vergunningc. permit noun Je hebt een vergunning nodig om te bouwen.
96 congresc. congress noun Het jaarlijkse congres is belangrijk voor alle leden van de organisatie.
97 misbruiken to abuse verb Het is verkeerd om iemand te misbruiken.
98 bondc. bond noun De bond van sporters organiseert het toernooi.
99 defensiec. defense noun De defensie zorgt voor de veiligheid van het land.
100 ambassadec. embassy noun De ambassade helpt burgers in het buitenland.
101 misdadigerc. criminal noun De misdadiger werd gearresteerd door de politie.
102 seriemoordenaarc. serial killer noun De seriemoordenaar werd gezocht door het hele land.
103 politiemanc. policeman noun De politieman hielp de verloren kinderen.
104 beleidc. policy noun Het nieuwe beleid is gericht op duurzaamheid.
105 bevolkingc. population noun De bevolking van de stad groeit snel.
106 overtredingc. violation noun Hij kreeg een boete voor zijn overtreding.
107 opstandc. uprising noun De opstand was een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis.
108 overtreden to violate verb Het is niet goed om de regels te overtreden.
109 daklozec. homeless person noun De dakloze vroeg om hulp in de stad.
110 alphac. alpha noun De alpha is de eerste letter van het Griekse alfabet.
111 regeren to govern verb Zij wil graag regeren in haar land.
112 hoorzittingc. hearing noun De advocaat sprak tijdens de hoorzitting over de zaak.
113 instellingc. institution noun De instelling van de organisatie is gericht op duurzaamheid.
114 samenzweringc. conspiracy noun Er was een samenzwering om de koning te ontvoeren.
115 verbieden to prohibit verb Ze willen roken in het restaurant verbieden.
116 verplichtingc. obligations noun Hij heeft een verplichting om op tijd te zijn.
117 religiec. religion noun Iedereen heeft zijn eigen religie en overtuigingen.
118 doodstrafc. death penalty noun De doodstraf is in veel landen afgeschaft.
119 wettelijk legal adjective Het is wettelijk verplicht om een verzekering te hebben.
120 samenwerkingc. cooperation noun De samenwerking tussen de teams was zeer succesvol.
121 oneerlijk unfair adjective Het is oneerlijk om zo met anderen om te gaan.
122 veroordelingc. conviction noun De veroordeling van de verdachte kwam snel.
123 invasiec. invasion noun De invasie van de insecten was een groot probleem.
124 ongelijk unequal adjective De vloer is ongelijk, dus pas op dat je niet valt.
125 gezagc. authority noun De leraar heeft veel gezag in de klas.
126 verbannen to banish verb Hij werd verbannen uit het land vanwege zijn daden.
127 bedriegerc. deceiver noun De bedrieger werd gepakt door de politie.
128 protestc. protest noun Er was een groot protest tegen de nieuwe wet.
129 uniec. union noun De Europese unie bestaat uit verschillende lidstaten.
130 huiszoekingsbeveln. search warrant noun De politie heeft een huiszoekingsbevel nodig om het huis te doorzoeken.
131 samenlevingc. society noun Onze samenleving is divers en kleurrijk.
132 omkopen to bribe verb Het is niet goed om iemand te omkopen voor persoonlijke voordelen.
133 mishandelingc. abuse noun De film gaat over de gevolgen van mishandeling in gezinnen.
134 fraudec. fraud noun De politie onderzoekt de beschuldigingen van fraude.
135 congreslidc. congress member noun Het congreslid sprak over belangrijke onderwerpen.
136 republiekc. republic noun De republiek heeft een nieuwe president gekozen.
137 kartelc. cartel noun Het kartel heeft de prijzen verhoogd.
138 onderhandelingc. negotiations noun De onderhandeling tussen de twee partijen verliep moeizaam.
139 senaatc. senate noun De senaat stemde over de nieuwe wet.
140 democratiec. democracy noun In een democratie hebben mensen stemrecht.
141 juridische legal adjective Ze kreeg juridische hulp bij haar zaak.
142 religieuze religious adjective De religieuze feestdagen worden elk jaar gevierd.
143 slagveldc. battlefield noun Het slagveld was vol met soldaten en voertuigen.
144 borgtochtc. bail noun Hij betaalde de borgtocht om vrij te komen.
145 gemeentec. municipality noun De gemeente organiseert elk jaar een festival.
146 drugsdealerc. drug dealer noun De politie arresteerde een drugsdealer in de buurt van het park.
147 abortusc. abortion noun De discussie over abortus is vaak emotioneel.
148 vuurwapenc. firearms noun Het bezit van een vuurwapen vereist een vergunning.
149 inbrekerc. burglar noun De inbreker werd betrapt door de beveiligingscamera.
150 corrupt corrupt adjective De corrupt ambtenaar werd ontslagen na het schandaal.

Gender: m. masculine · f. feminine · n. neuter · c. common

Tips

Frequently asked questions

Are Dutch politics and law words similar to English ones?

Some are easy to spot, such as president and inspecteur, which share Latin or French roots with their English counterparts. Others, like wet (law) and raad (council), give no clue from their spelling, so rely on the translation rather than a guess.

Do I need to learn the gender of these nouns?

Yes, and it pays to learn it with the word itself. Many terms in this set are common gender and take de - staat, wet, macht, raad and misdaad, for example - but Dutch also has het-nouns, so check the gender given for each entry.

What's the best way to practise this vocabulary set?

Build small scenes from the role words, for instance a rechter, an advocaat and a verdachte, or a gevangene in a gevangenis. Then use spaced repetition to type the Dutch word for each English prompt until the legal and political terms come without hesitation.

More Dutch

Learn Dutch · Words · Nouns · Verbs · Adjectives · Adverbs · Catalan vs Dutch: nearly identical words · Czech vs Dutch: nearly identical words · Danish vs Dutch: nearly identical words · How many Dutch words do you need? · Dutch words you already know · 200 most common common Dutch nouns · 200 most common neuter Dutch nouns · Dutch City & Places vocabulary · Dutch Talking & Communication vocabulary · Dutch Art & Culture vocabulary · Dutch Describing Things vocabulary · Dutch Emotions & Personality vocabulary · Dutch Family & People vocabulary · Dutch Food & Drink vocabulary · Dutch Health & the Body vocabulary · Dutch Home & Daily Life vocabulary · Dutch Money & Finance vocabulary · Dutch Nature & Animals vocabulary · Dutch Numbers & Quantities vocabulary · Dutch School & Learning vocabulary · Dutch Shopping & Clothes vocabulary · Dutch Sport & Leisure vocabulary · Dutch Technology & Media vocabulary · Dutch Time, Weather & Seasons vocabulary · Dutch Travel & Transport vocabulary · Dutch Work & Business vocabulary · Dutch vs German: nearly identical words · Dutch vs Spanish: nearly identical words · Dutch vs Finnish: nearly identical words · Dutch vs French: nearly identical words

Start Learning Dutch Free

Free forever · No card · No password